IJsselijke tijden

 

Bijna is het jaar 2008 voorbij en het vriest al enige dagen behoorlijk. Vandaag de laatste dag van het jaar 2008 zelfs -12 graden op sommige plekken in het oosten des lands.

Nederland is in de ban van de winter, de rayonhoofden van de Elfstedentocht worden al weer opgewonden moet je maar rekenen. De schaatsen zijn niet aan te slepen in de winkels, las ik in de krant, de ijskoorts heerst weer in Nederland.

 

Zelf heb ik altijd erg van de winter gehouden , en nog steeds; maar het waren barre tijden in mijn jeugd ’s winters. Ik wil het beslist niet romantiseren.

Naar de ijsbaan TOG (Tot Ons Genoegen) en dan had je in Brunnepe; de VZOD (waar dat voor stond?).

Mijn ijsbaan was TOG , gelegen ten westen van het plantsoen, tegen Kampen zuid aan.

Na het eerste nachtvorstje werd de baan goed in de gaten gehouden, de baan ging open als het ijs dik genoeg was en velen verheugden zich op de ijspret,ook kreeg je soms ijsvrij van school. Wat wil je nog meer?

Het was een ervaring,die je nu misschien zou kunnen vergelijken met het naar de disco gaan, zoiets.

Een ontmoetingsplaats voor de jeugd met muziek en grogs en veel jolijt en gescharrel. De ouderen kwamen ook ’s avonds baantjes meedraaien,dan kwam je soms ook leraren tegen, ook op de gladde ijzers, en dan maar hopen dat er minstens één onderuit zou gaan.

 

Met de rubberen laarzen en op de vijfde hands Friese doorlopers,met vaseline op het gezicht gesmeerd door moeder, een krant onder de trui, en krabbelen maar. Dat waren mijn ijswinters tijdens de lagere schooltijd.

 vader-henk-leurink-met-kroost-sneeuwpret-in-kampen-omstreeks-1946

Koud dat het was…, en die rotlinten van de schaatsen, die steeds weer losgingen of leren bandjes die scheurden. Of schaatsen zo bot als wat.

Het was meer een sport van zitten en schaatsen vastmaken in die tijd, tot de vingers zo koud waren dat ook dat niet meer lukte.

Huilend met bijna bevroren vingers en voeten ben ik wel eens thuis gekomen.

 

Tja, sommige hadden “zwierschaatsen”met vaste schoenen, dan had je die ellende niet. Die gebruikten het middelste deel van de ijsbaan met hun luxe schaatsen.

Maar die zullen het thuis wel breder hebben gehad.

Ach, het schaatsen ging me goed af, ook met die rotdingen, en ik heb eens een hele tocht gemaakt over de Trekvaart met mijn vader op de weg ernaast, al fietsend.

Ik heb hem nooit op de schaats gezien (…hij was meer een turner). Maar hij vond dat ik stevig schaatste voor een achtjarige (die leeftijd zal het ongeveer geweest zijn).

 

In de tienertijd wordt het op een andere manier spannend, zouden er nog leuke jongens komen en wie gaat met wie schaatsen?

Ik had geen enkele behoefte meer om de Atje Keulen-Deelstra uit te hangen, tot grote spijt van mijn vader, die nog eens kwam kijken bij TOG en mij- wel op de schaats,maar niet schaatsend- aantrof met giebelende meiden omgeven door stoer rokende jongens.

Een gereformeerd vriendje van mij destijds, moest op zondag heel wat leugens en geheimzinnigheden thuis ophangen, om toch naar de ijsbaan te kunnen gaan.

Met kloppend hart en ogen op steeltjes, zo moet hij zijn rondjes met mij gereden hebben.

Je zal toch gesnapt worden op de ijsbaan , door de dominee die een wandelingetje maakt, en aan je ouders vertelt met welke zondige bezigheid het zoontje bezig was op die heilige dag. Oei…

Nou ja, hij had er heel wat voor over, en toch is het niks geworden tussen ons: wat maar goed was ook,denk ik nu.

 

Buugtrapp’n, wie kent nog het woord?

In de pauze van de ULO aan de Burgwal met zijn allen naar het plantsoen ,de jongens gingen buugtrap’n. Een brede groep jongens arm in arm of hand in hand de Grachte op en al trappend en springend proberen het ijs kapot te maken,onder aan voering van ene Rob Keulen (de grootste belhamel destijds). De meiden gillend aan de kant en natuurlijk zakte er wel eens iemand door,die hoefde gelijk eventjes niet meer op school te komen.

Wel jammer, het ijs werd zo wel helemaal verpest voor de schaatsers die liever niet op de ijsbaan schaatsten en voor de kleintjes met hun sleetjes.

 

Thuis, in Brunnepe hadden Wim en ik allebeide een ingetimmerd slaapkamertje op de zolder, een hutje eigenlijk, zo onder het niet geïsoleerde dak. Je kon zo door de pannen naar buiten kijken op de zolder. De wanden waren ’s morgens bevroren en de zware gestikte deken stond ook stijf van de bevroren uitwaseming. Dan het bed uit en de kleren aan die tot beneden het nulpunt waren gedaald. Daar is niets prettigs aan brrrrrr., het was ronduit zeer onaangenaam.

Daar word je hard van, werd er dan gezegd. Wat schiet je daar nu mee op met zo’n antwoord?

 

Nee, het was geen pretje vaak, die winters destijds. Kranen die moesten doordruppelen anders bevroor de waterleiding,een petroleum stel in het toilet,ook tegen het bevriezen.Alles een vreemde gewaarwording.

En dan heb ik nu nog maar enkele belevingen van de winters- toen opgeschreven, er zit nog wel meer in ’t euft. Bijvoorbeeld de strenge winter van 1963,daar moeten toch vele barre verhalen over op te roepen zijn.

Ik weet zeker dat er bij alle Leurinkjes ook nog genoeg ijsherinneringen in het winterse geheugen moeten sluimeren. Ik zal maar niet roepen tot “schrijf eens wat op”, het “verhalen” op de blog is nu eenmaal niet af te dwingen

 

Bea Leurink

31dec. 2008

 

 

Naschrift:

De weinige (want dat zijn er niet veel meer, lijkt het) Leurink-webloglezers wens ik d.m.v dit weblog een mooi en goed 2009 toe.

Hopend op een vruchtbaar Leurink verhalen jaar.

Om de woorden, van onze nog maar zo kort geleden overleden neef, Wim uit Zevenaar te herinneren: Kom op ,jongens en meiden Leurink, doe er eens wat aan!

Met dank aan onze webmaster Steven Leurink voor het werk dat hij hieraan heeft gehad in 2008,

Bea

7 Reacties

  1. Heerlijk,weer eens een Bea verhaal.Altijd genieten als jij gaat vertellen Zelf was ik absoluut geen goeie schaatser wat wel leuk was in mijn jeugd,was dat de elfstedentocht achter onze straat over de gracht ging.Natuurlijk ging het toen niet zo als nu. De schaatsers deden een krant tussen hun kleren om de snijdende wind tegen te houden Als ze bij de “Blauwpoorts brug”kwamen waren ze soms zo sneeuwblind dat ze met hun hoofd tegen de brug knalden Wij gingen daar dus maar staan om ze toe te schreeuwen dat ze moesten bukken Bij ons thuis was het net een E H B O post Moeke ving mensen op met bevroren lichaamsdelen en bracht anderen weer wat bij de tijd Wat wel gemakkelijk was dat je nu over het ijs naar de boerderij aan de overkant kon lopen om melk te halen Moe maakte van de room heerlijke borstplaten die we dan met Sinterklaas in de schoen kregen, een paar eigen gebreide sokken en een chocolade letter erbij en je voelde erg verwend. In schoolverband werd er ook geschaatst Ook wij hadden toen geen thermo ondergoed en ik weet nog dat m,n dijen verrekte pijn deden van de kou en van het schuren van zo,n stomme lange broek die je toen had Toen ik al lang in den Haag woonde gingen we natuurlijk ook in de winter logeren in Bolsward Het was daar altijd veel kouder dan bij ons Als moe te weinig kruiken had werd er een grote steen in bed gelegd,Die had de hele dag op de kachel gelegen

    Nu ik het toch over logeren heb, onze oudste dochter Joyce verheugde zich er erg op. Haar was beloofd daat ze op een “kermisbed”mocht slapen
    Ik vergeet dat teleurgestelde gezicht van haar nooit meer, toen bleek dat er wat matrassen op de grond lagen met een zoodje dekens die al heel oud waren en daarom moesten er zoveel op en dat was heel zwaar

    Nu ik het toch over vroeger heb, toen we nog in de winkel woonden was er altijd kermis voor onze deur Dat was echt feest Tot s,avonds laat hingen we uit de ramen Door al de herrie hoorden we niet dat moeke er aan kwam. Dat merkten we altijd als we een tik op onze kont kregen Hoe kun je dan slapen?
    Touwtrekken gebeurde ook vlak voor de deur Op spannede momenten deden we een keer het licht uit, dat werd n l via ons afgetapt.
    Ja die goede oude tijd

    Bij de laatste elfstedentocht die gereden is wilde onze zoon naar Bolsward en ik, de stomme moeder zei nee,want jullie mochten niet vrij nemen Hij zat toen op de havo en wat bleek? De hele school zat in de aula t v te kijken Hoe ik me later voelde laat zich raden

    Ik stop er mee groetjes Geesje

  2. Bea, even een korte reactie, ik zal binnenkort ook eens wat schrijven over de winters vrogger!
    Alleen dit even V.Z.O.D. staat voor “vooruitgang zij ons doel”

  3. Nu ik het gehad heb over m,n geboortehuis ,is dat de hele week in mijn hoofd blijven hangen
    Diijkstraat 41 BolswardAchter de winkel was een trap naar de w c Als paps daar z,n krantje zat te lezen en z,n sigaartje te roken moest ik soms erg nodig naar de w c Als je bleef zeuren zette hij wel eens de po naar buiten, want anders moest je helemaal naar de bakkerij lopen waar ook een w c was. Had je mazzel dan kon je vrij snel naar binnen, maar dan stikte je bijna van de sigaren of sigarettenrook. Daar was ook de grote kamer. Elke zaterdag moest ik daar stof afnemen Dan werd de haard aan gemaakt voor de zondag. Ik kan me alleen niet herinneren dat we daar een hele zondag hebben gezeten. Iedereen vertrok naar de woonkeuken, achter de winkel
    Daar brandde de kachel en daar ging je zaterdags in de tobbe Dat ging net zo lang door tot Willie uit (toen nog Indie) kwam Hij kwam met z,n vrouw, 2 kinderen en Anneke, een zus van Riek die altijd bij hun is blijven inwonen
    Zij waren gewend om een paar keer per dag te douchen. Wij 1 keer per week in de tobbe
    Daar kwam dus toen een eind aan en gingen we naar het badhuis
    Natuurlijk kon ik toen m,n huiswerk niet meer in die woonkeuken maken en verhuisde ik s,avonds naar de winkel Daar brandde de kachel nog een beetjeIk ging zo zitten dat ik van buitenaf niet te zien was.
    Ik denk achteraf dat daar de reden van m,n dikke kont ligt want ik gheb wat afgesnoept daar in die winkel
    Je zat in die keuken onzichtbaar voor iedereen en zoals ik al gezegd heb, toen we naar dat nieuwe huis moesten had ik net de idee dat ik in een etalagekast woonde Een doorzon woning
    Voor moe was de overgang toen ook heel groot en haar geldelijke omstandigheid viel tegen
    Toen kwam iemand van de gemeente vragen of ze kostgangers wilde Oke dat was wel gezellig
    Maar dat is weer een heel ander verhaal
    Tot de volgende keer Geesje

  4. Jij kunt ook mooi verhalen over vroeger, Gees!
    Dat roken en krant-lezen op het toilet zal wel in de familie zitten,mijn vader deed het zoals jouw vader. Die lucht van het toilet- toen, zit nog helemaal in mijn systeem, onaangename stank!

    Nou Wim,nu weet ik pas waar VZOD voor stond en dat
    na een halve eeuw!

    Ik wist wel zeker dat er veel winterse herinneringen moesten zijn, en ik blijf hopen op meerdere verhalen.
    Maar ben benieuwd naar de jouwe,omdat jij toch heel wat jaartjes ouder bent en wij niet echte gezamenlijke herinneringen aan die winters hebben.
    Wat hadden we een mooie sneeuwbeer, daar in de tuin op Zuid!
    Gr. Bea

  5. VZOD staat vooruitgang zij ons doel.

  6. Beste Bea en Geesje,
    Winterverhalen gaan er bij me in als God’s woord in een ouderling. Tijm en ik lagen ook onder bevroren dekens, sterker: soms was de inhoud van de piespot bevroren! Nou jullie weer. Je ging natuurlijk niet de ladder en de trap af voor elk plasje. Als we tussen de dekens schoven was het bed ijskoud en soms een paar graden onder nul. Maar als je er even lag begon je te gloeien en werd het bed vanzelf warm. Dan lag je met alleen je neus boven de dekens. Kijk, daar word je hard van en daardoor konden Tijm en ik de mof verslaan in 1945.
    Buuglopen deden we veel, op de sloten en op de grachten. Soms waren de ijsgolven die je al lopend met je vriendjes maakte zo stijl dat je teruggleed. Niet elk ijs was er geschikt voor. Het moest elastisch zijn en niet snel breken. Moeder was nooit erg blij met zo’n nat pak, maar erg vond ze het ook niet; je moest een uurtje in je onderkleding bij de kachel zitten waartegen de natte kleren te drogen hingen. Als je heel erg nat was geworden ging je maar even in bed liggen. Je had immers maar 2 stel kleren: eentje voor de zondag en eentje voor de rest van de week. Begin jaren zestig steeg de welvaart maar voor die tijd hoorde ik m’n vader regelmatig zeggen: we mutten bezuunigen.
    Ik had een korte broek die moeder van de stof van een oud kledingstuk van vader had gemaakt. Dat moet een kunststukje zijn geweest maar die vaardigheid was toen vrij gangbaar. [Er is een mop waarin Sam (van Moos) in de klas zit met zijn neus dichtgeknepen en het hoofd schuin de lucht in. De meester vraagt wat er aan de hand is. Sam zegt dat hij een hemd aan heeft dat zijn moeder van vader’s broek maakte en dat de gulp in het boordje zit. Kan best dus.]
    De zolder was het domein van Tijm en mij. Tegen de planken wand hadden we met stijfsel van moeder krantenfoto’s van onze sporthelden geplakt: Kees Broekman, Woutje Wagtmans, Wim van Est, Zatopek, Wim Slijkhuis, Piet Kraak en nog veel meer. Toen Dik, de oudste, en Mar het huis uitgingen verhuisden Tijm en ik naar beneden, maar de zolder was leuker, net een grote wigwam van hout, met dozen en rieten manden waarin oud spul werd bewaard. In het najaar werden er rode appeltjes te drogen gelegd: donders lekker.
    Robbie (van?) Keulen kende ik goed; we waren allebei lid van THOR (Tot Heil Onzer Ribbenkast). Het was inderdaad een dondersteen.
    Wim Smit (van Lau en Anna)

  7. Winterverhalen -vervolg 1

    We woonden aan de Bovensingel en als er voldoende ijs en sneeuw lag maakten we een glijbaan van boven naar beneden en een dam over de brede sloot heen, die de Zandsloot heette. We voerden en stampten sneeuw aan en begoten het met water zodat het sterk en glad werd. Dan wierpen we ons na een aanloop buikelings op een sleetje en suisden naar beneden, dat het een aard had. Soms kwam je naast de dam uit en dan smakte je alle kanten op, behalve de goede. Er werd natuurlijk een wedstrijdje gehouden en wie het verst het weiland in gleed won.
    De baan werd eindeloos verbreed, verfraaid (van zijwanden en vlaggetjes voorzien) en verstevigd als het koud bleef en na een tijdje bemoeiden de vaders zich er mee. Er werden dan lampen opgehangen zodat de ouders er ’s avonds na het werk een volksfeestje van konden maken. Dat waren nog eens leuke tijden want als het zo koud bleef kreeg je regelmatig ijsvrij!! Gewoon ’s middags vrij om te kunnen schaatsen. Niks leerplicht, tochten schaatsen naar Genemuiden, Hasselt, Veluwemeer, Elburg, dit alles heel goed over water te bereiken. Gewoon op Friese doorlopers die wel, au, vaak te strak zaten. Ik weet nog goed hoe mooi en anders het landschap was vanaf het ijs gezien.
    De IJssel vroor soms dicht maar schaatsen was daar meestal niet goed mogelijk omdat de boten uiteraard zo lang mogelijk bleven varen. Soms vroor het zo hard dat ze met auto’s op de IJssel reden. Als het begon te dooien kon je staan griezelen op de Lange Brug omdat het ijs zich daar opstapelde.
    De brug waar je vaak stond te wachten. Als je uit IJsselmuiden kwam kon je lezen wat er op een tegen de onderkant van de klep bevestigde plank was geschilderd: Bij geopende klep, voor doorgaand verkeer gesloten.
    Wim Smit (van Anna en Lau)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: