KAMPEREN IN WEZEP

Mijn zuster Bea vroeg mij, om eens op te schrijven wat ik nog wist van de jaren dat we kampeerden op het waterleiding terrein in Wezep, zo vlak na de oorlog.
Hier volgt het relaas, waar misschien ook wel anderen in geinteresserd zijn.

KAMPEREN IN WEZEP door wim van HENK en DERREKIEN

Onze eerste kampeer (het was echt krampeer) ervaring begon in de zeer warme zomer van 1947. In een geleende tent van Rein Ilbrink een paar weken naar het waterleiding terrein. Er was geen grondzeil, dus de muurtjes van de tent werden naar binnengeslagen en als grondzeil gebruikt(de hoogte was nihil dus). Geen krukjes om te zitten, in het bos vonden we van die grote verroeste vierkante blikken van de canadezen. Daar had nood biskwie ingezeten en die we nu als zetel gebruikten. Ook herinner ik mij nog dat vader met een bijl een boomstam een beetje recht hakte als rugsteun. Water moesten we een paar km. verderop halen in een melkbus. We hadden een plankje van V vormige groeven voorzien en dat ging dan tussen het frame van een dames fiets. Met de melkbus erop kon je dan net nog bij de trappers. Ik ben ook nog eens een keer met volle bus en al in het mulle zand gelazerd. Het water was echt steenkoud en diende ook als koeling voor het pakje boter en de limonade. Gekookt werd er op een peterole-eumstel. De beroemde 3 pitter, waarop later die vreselijke bofferd gebakken (verkoold) werd. Ik geloof dat we in totaal 3 of 4 keer in een tent gekampeerd hebben, hoewel na dat eerste jaar er wel een betere tent, een met een grondzeil, geritseld is. Vader had toen die tijd 2x 3 dagen vacantie. Dus ma,di en woensdag, dan weer een week werken en dan nog een keer 3 dagen. Hij ging op de fiets heen en weer. Het 2e jaar dat we gingen kwamen ook de Smitjes kamperen, dat was helemaal lachen. Ze sliepen in het losse stro, en ome Lau was de hele dag de hort op, De meiden waren ook helemaal losgeslagen, dus toen tante Anne er niet meer tegen kon is ze op een gegeven moment afgetaaid naar huis. Anneke die nog een kleuter was werd de schoenen uitgetrokken, dan liep ze tenminste niet weg in die harde heide! Dik die kwam op een gegeven moment bij ons en vroeg “tante De weten jullie ook waar onze vader is, hij is al de hele dag weg, en heeft helemaal niks aan, alleen maar die overal uit amerika ( was een gestreepte tuinbroek met van die gevangenis strepen).Was ie naar Hattem gefietst en bij tante Geertien in cafe Spoorzicht terecht gekomen, en had daar zijn tijd verkletst natuurlijk. Op een gegeven moment kwam ook de familie uit de wilhelminalaan kamperen. Ik kan me nog herinneren dat vader op een nacht wakker werd, en nog een lampje zag branden bij hun tent. Hij er naar toe, zat tante Rule met grote ogen voor de tent. Toen vader vroeg wat ze aan het doen was zei ze “ik holle de wacht, go maar weer nor de tente, ik waake wel”. Nee de fam. was geen echte kampeerfamilie.

Na een paar jaar werd er ook aan een wat beter onderkomen gewerkt. In de noordoostpolder werden de barakken van de arbeiders bij opbod verkocht. Vader die kocht toen samen met fam. uit Utrecht een urinoir.

Die werd zorgvuldig uitelkaar gehaald en de meest stinkende delen gingen de kachel in. Van het resterende hout werd met behulp van Gait Juffer een vierkant demontabel huisje gemaakt met oh wat een luxe, een houten vloertje. Het huisje moest altijd in de herfst daar weg, en Kolkman de vrachtrijder kwam dan altijd met paard en wagen de schotten ophalen, die werden dan bij hem daar in Wezep in de loods opgeslagen. Wat ik me ook nog goed kan herinneren is dat er s’Zondags nogal wat aanloop kwam en dat we daarom wel eens naar bv. de leemkoele gingen, want moeder was het wel eens zat om alle visite te bedienen iedere zondag. De WC bleef tot op het laatst een primitief gebeuren, een gat in de grond 2 lakens om 4 boompjes en tussen 2 boompjes een dikke tak om op te zitten. Een schepje erbij om elke keer zand erop te gooien want anders stikte je van de vliegen. Ook het afval ging de grond in, was niet zo’n ramp, de meeste dingen werden toch los verkocht. Ik was toen al in alles wat met electra temaken had geinteresserd. We vonden eens een grote rol telefoonkabel, nog van het leger. Daar hebben Japie Klumpje en ik nog een telefoonlijn van gemaakt tussen onze 2 boomhutten, een paar 100 meter uit elkaar. Draad door de bomen en de retourleiding aan een dikke spijker in de boom. Ik had nog een oude koptelefoon uit de oorlog liggen, met ieder 1 schelp kon je elkaar prima verstaan. Geld zoeken deden we op de dubbeltiesbult, dat was een heuvel top waar vaak een ijsco kar stond en waar wel eens gelg in het zand viel. Door ome Lou is ook een keer een voetbalwedstrijd georgeniseerd tessn de kampeerders en de wezepers, liep nog zowat op een gevecht uit, daar is toen door Bosman de beheerder van het pompstation en het bos nog een eind aan gemaakt. Ome Lou liep de hele wedstijd te fotograferen met z’n toestel zonder rolletje! Ben ook nog eens een keer op de fiets van Wezep uit naar Utrecht gereden, de ene dag heen, de andere dag terug. Die fiets was van ome Gait geweest, zo’n naoorlogse peuquot met van die brede ballon banden, was mijn eenste fiets. Ik heb die fiets helemaal kaal geschuurd en knal geel geschilderd.

Een rennersstuur van ome Be gekregen, ik heb er jaren op gereden. Al met al heb ik hele goede herinneringen aan die kampeer jaren in Wezep.

Bijgesloten een schets hoe het huisje moest worden, door mijn vader gemaakt en een foto met het uiteindellijke resultaat.

4 Reacties

  1. Een mooi verhaal en voor mij veel wetenswaardigheden omdat ik te klein was voor die herinneringen, zo vlak na de oorlog.Zelf herinner ik me alleen de tijd in het huisje.
    Dat onze moeder zo graag wekenlang in Wezep zat,daarin herken ik nu ook wel iets bij mezelf. Vind het ook heerlijk om maar wat een te rotzooien in een primitieve omgeving en met alle vrijheid om je heen. Ze zei altijd: wie zich niet wet te redden is niet weerd dat ie armoede let. Na die 5 of 6 weken kwamen we zwartgeblakerd terug en bijna iedereen verklaarde haar voor gek om zo lang in die Negorij te willen vertoeven.Ook ik heb heerlijke herinneringen aan Wezep.

  2. Tsjonge, wat een verhaal en wat weet je nog veel van toen. Mooi man! En dat het huisje net zo geworden is als de tekening…….

  3. Ja tekenen kon mijn vader wel.
    Daar had ie eigenlijk meer tijd voor vrij moeten maken.
    En wat die herinneringen, ik was toen we begonnen met kamperen in 1947 ook al 10 jaar. Bea was toen nog een kleuter zodat ze niet zoveel meer weet van die kampeer vacanties. Het was echt nog kamperen, totaal nothing nada niks, allen een water kraan op een paar km. afstand.

  4. Inderdaad knap Wim, dat je dat allemaal nog weet. Een paar flarden herinner ik me nog, in de zomer van 48 was ik 5: veel wespen zo groot en wild als ik ze nooit meer heb gezien, mannen die dolken op hun spierballen laten stuiteren, de poeplucht die nu nog over de Veluwe hangt en die op sommige plaatsen de harslucht verdringt, gezellige vrolijkheid, laat in het donker buiten lopen op krakende takjes wat je anders haast niet deed, alles smaakte anders, ook de gewone dingen als brood en melk en er zat overal een beetje zand aan of in. Iedereen was nog mager van de oorlog, vooral moeder en de tantes.
    Iedereen vond het leuk, als ik het me goed herinner. Maar toen m’n vader Louw midden jaren vijftig opzichter van het waterwingebied daar in de buurt kon worden en we de fraai gelegen dienstwoning er midden in moesten gaan bewonen, wilde m’n moeder niet zo ver van haar familie (ik schat 7 kilometer) af wonen en ging het niet door. Vond ik jammer.
    Wim Smit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: