Op zoek naar mijn vallei

Beste Steven,

Mijn naam is Dik v.d.Kraats Smit ,de oudste dochter van tante Anne en ome Louw, dus ook al knap oud, 74. Ben weer terugkomen wonen in Kampen, daar heb ik nog elke dag plezier van, Kampen is en blijft een mooie stad. Mijn echtgenoot Rien moest behoorlijk wennen.

Wat betreft het zwemmen met oom Steven, we staken de Yssel over (wie “we”waren geen idee, maar ik werd begeleid door minstens drie sterke ooms, met van die mooie zwarte zwembroeken aan. Ik vond het geweldig, ik kreeg het idee dat ik nu wel een oceaan kon oversteken. Mijn broer/zus Willem en Marrie, brachten me nogmaals de weblog onder de aandacht, stuurden me zelfs een verhaal, dat ik een tijd geleden blijkbaar in kleinere kring had rondgestuurd. dat verhaal stuur ik je nu toe, Steven, mischien lopen er nog wel meer rond met herinneringen aan de vallei.

Groeten en tot wederhoren maar weer.

Dik v.d.Kraats Smit.


Op zoek naar mijn vallei


Mijn vader was een bijzondere kerel. Hij ging met ons kamperen. Let wel: in 1947. Daartoe huurde hij een vrachtwagen, een wagen met een paard ervoor, die reed tussen Kampen en Wezep en weer terug en die allerlei zaken vervoerde.


Kompleet volgeladen was die wagen. Tussen en bovenop de vracht zaten wij: mijn vader, mijn moeder, een kinderwagen, een fiets, zo gemiddeld vier kinderen, de tent, het petroleumstel met drie pitten en nog wel wat meer bagage.


Eerlijkheidshalve, hij huurde die wagen niet, wij mochten gewoon meerijden van de vrachtrijder. Mijn vader nam ook een groot broodmes mee. Daarmee sneed hij, hoog op de wagen gezeten, dikke hompen brood af, die hij ons, zijn hongerig broedsel op de punt van het mes toereikte.


Gebrek leden we dus niet. Alleen duurde de reis vreselijk lang. Hij ging gedeeltelijk over een dijk, waar bij de boeren al die goederen gehaald en gebracht werden.


Eenmaal heb ik ook een verschrikkelijk oponthoud veroorzaakt. Mijn vader trok een zakdoek uit zijn zak. Zijn portemonnee kwam mee. Die viel van de wagen op de grond. Ik zie het ellendige ding nog liggen. Ik dacht: Niks zeggen, anders moet die wagen weer stilstaan.


Mijn vader, die regelmatig zijn bezittingen controleerde, kwam erachter en toen moesten we wel een eind terug….. Maar toch, er kwam altijd een eind aan die lange, lange tocht. En dan gingen we kamperen.


Op dit terrein( het huidige waterwingebied in Wezep) was alleen een kraan aanwezig. Daar haalde we het water met emmers vandaan. Waarschijnlijk waste we ons gewoon niet en hoe we naar de wc gingen, herinner ik me ook niet meer.


Wel moesten we veel aardappels schillen, die zo klein mogelijk gesneden, op de drie-pitter aan de kook werden gebracht.


Wel moesten er luiers gewassen worden, want er was vaak een baby in ons gezin.


En altijd kwam er bezoek uit Kampen. Of die mensen nou dachten, dat wij zo zielig alleen in die bossen zaten. Dat zaten we dus niet. We hadden daar zo onze speciale vrienden en bekenden. Sommigen daarvan sliepen in luxueuze houten huisjes.


Maar wij, wij sliepen in onze bruine legertent. Allemaal op een rij in de breedte, mijn vader bij de uitgang, om ons te beschermen tegen de wolven, zoals hij zei.


Met onze vrienden en bekenden maakten wij kinderen leuke afspraken. We wilden zo graag eens de zon op zien komen. Allemaal vroeg opstaan en aan de rand van een heideveld gaan zitten. Dat moest dan zo tegen een uur of vijf gebeuren, dachten we. En zo gebeurde het ook.


Ik werd wakker, kroop tussen mijn slapende familie uit, stapte er over een paar heen, raakte en passant de limonadefles en klom over mijn vader, die daar de wolven lag tegen te houden. Ik was wel een beetje ongerust over de limonadefles. Stel, dat bij terugkomst de hele familie aan elkaar geplakt lag. Toch raar, die fles. Alles moest altijd de tent uit, als wij met zijn allen gingen slapen, die fles hadden zij zeker niet belangrijk gevonden.


Hoe dan ook, de zonsopgang was belangrijker. De vrienden stonden gereed en wij trokken naar de rand van het grote heideveld. Te laat, de zon hing als een gele bal in de lucht. We hadden twee uur eerder moeten komen, het was ondertussen ook al zes uur.


Maar toch was het prachtig, dat kamperen. Er was een imker met korven, waar we leerden over de bijen.


Mijn vader trad op als wondertandarts. Hij werd benaderd door een huilende jongen: “Smit, Smit, help mien toch, ik heb zo’n koespiene”. Mijn vader haalde zijn knieptange te voorschijn en toen was de kiespijn gauw over. Die man kon letterlijk alles.


Hij ging de boer op, op de fiets, in zijn gestreepte Amerikaanse tuinbroek, op blote voeten en bracht schapenvlees mee. Uit Wapenveld, zei hij erbij. Zoiets als ‘maiskip uit Brest’ of ‘oesters uit Normandië”.


Dat schapenvlees moest mijn moeder dan maar weer gaar zien te krijgen. Onze moeder, die dan aan het eind van de vakantie altijd ziek thuiskwam, door alle vermoeienis en ongemak.


Maar wij – mijn vader voorop – wij genoten. Hij nam ons mee nar de vallei, waar het water vandaan kwam. Daar zat het, onder al dat zand. Hij was er altijd voor om eten te verzamelen, wij moesten daar dus bramen plukken. En ik, ik mopperde op al die prikkels, op de hitte(!), op het eind lopen……..


Maar nu zie ik nog die vallei in mijn herinnering. Ik zie die donkerrode bramen, rijp en zoet, voel de warme zon, laat me weer neervallen in dat zachte gele zand. Ik ben bezig die vallei weer op te zoeken.


Weliswaar moet je nu een kaart kopen en mag je niet meer in de vallei, maar er is een plek van waaruit je de hele vallei kunt overzien, die plek ga ik vinden. Waar wij gekampeerd hebben, volgens mij ben ik daar geweest.


Het is de moeite waard terug te gaan naar je goede jeugdherinneringen.

Dik van de Kraats-Smit, februari 1994


3 Reacties

  1. Jarenlang gingen wij ook naar Wezep en wij hadden dan een “luxe houten huis”. Niet meer dan een schuur eigenlijk,stelde niets voor,zonder enig comfort. Ik heb er heel goede herinneringen aan.
    Daar kom ik ook nog wel mee,bovendien heb ik veel foto’s uit die tijd in Wezep.
    En in mijn hoofd zit nog een fraai verhaal over jouw vader. Spannend en ontspannend was het daar tegelijk.
    Toilet was bij ons een gat in de grond met een ruwe plank om op te zitten en een oud gordijn er om heen voor de privacy.
    Mooi Dik!
    Bea

  2. Daar, over dat kamperen in Wezep, moet heel wat te verhalen zijn. Zus Dina had het er vaak over. Die weet meer. Ik ben er nieuwsgierig naar. En niet zo zunig ook.

  3. Ik kwam onverwacht op uw Fam.Leurink op het internet en las de naam van de FamSmit uit Kampen .
    Kunt u mij helpen aan een Email adres van Marry Smit die ik in een ver verleden vaak heb ontmoet.Gaarne uw bericht.
    Met vriendelijke groeten,
    E.Visch
    Louis Pasteurlaan 10
    IJsselmuiden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: