Verjaardagen met de Leurinks en de Smitten.

Hier volgt een korte passage uit het boekje “De stad, mijn vader” geschreven door Jan Willem Smit, mijn zoon. Het is te koop bij boekhandel Bos (De Plantage) op de Oudestraat en ligt daar op de Kamper tafel voor de spotprijs van € 8,00. Haast u! Hij heeft het zo opgeschreven dat het lijkt alsof ik aan het woord ben, erg knap van hem, want in werkelijkheid praat ik veel wolliger.
Deze herinneringen zijn van 1946 tot pakweg 1955, ze staan me zeer helder voor de geest. Ik hoor de ooms en tantes nog praten, ieder met zijn of haar karakteristieke stem en met de eigen gelaatsuitdrukkingen en lach. Er werd veel gelachen.
Hier volgt het fragment.

“M‟n vader was in de oorlog bepaald niet heldhaftig geweest. Dat heb ik wel van de familie van moeder gehoord. Dat „ie niks durfde. Hij had natuurlijk ook een gezin te onderhouden. Hij heeft weinig gedaan in het verzet. Zeg maar rustig helemaal niks. Maar na de oorlog was vader ineens veel dapperder. Toen praatte „ie ook heel anders.

Na de oorlog was het zo dat, als moeder of vader jarig was, de hele familie op visite kwam. Dan werd er dus altijd verteld over de oorlog, alle spannende verhalen en avonturen. In de kamer bij moeder thuis. De stoelen werden tegen de wanden gezet. Hoe iedereen erin kon dat weet ik nou nog niet. De kinderen zaten onder de stoelen van de volwassenen. Kun je nagaan hoe klein we waren. Ik heb het nou over zevenenveertig, achtenveertig. En dan hoorde je al die verhalen over de oorlog, al die verhalen over razzias en over verzetsstrijders die geëxecuteerd werden. Ook hoorde je steevast de verhalen over de heldenmoed van de familie Leurink, moeders kant. Die werden dan aangevochten door de Smitten van vaders kant. Vervolgens kreeg je dan de heldendaden van de Smitten, die dan weer werden bestreden door de Leurinks. Dat gebeurde dus elk jaar, twee of drie keer. Elke keer dezelfde verhalen. Maar op de één of andere manier vond je dat prachtig. Het was ook de tijd van de verhalen. In die tijd had je geen t.v. en nog amper radio. De verhalen, daar vermaakten de mensen elkaar mee. Die familie van moeder kon heel goed vertellen. Trouwens veel mensen konden goed vertellen. Je hoorde dat als kind en imiteerde dat. Zo leerden mensen verhalen vertellen. Hoe je dat opbouwt en dat je niet meteen met de clou moet beginnen bijvoorbeeld.

Eén van die verhalen ging over een broer van mijn moeder. Die broer was gearresteerd door de Duitsers en zat vast op het politiebureau. Vader zou hem er wel eens even uit gaan halen. Net zoals mijn broer jaren later bij mij geprobeerd heeft. Nou krijg je twee versies van hoe dit is gegaan.

Ik vertel eerst de versie van mijn vader: Die ziet daar dus de broer van moeder in de cel zitten. In zak en as en huilen. Die zag het helemaal niet meer zitten en was bang. Hij had het nog net niet in de broek gedaan. Vader had „m moed ingepraat en had met z‟n vuist op tafel geslagen bij de commandant. Maar hij kreeg „m niet mee, want hij werd toch wel verdacht van iets ernstigs. In ieder geval, de actie van vader mislukte, waarop hij onverrichter zaken naar huis terugkeerde.

Nou krijg je de versie van de broer van moeder die in de cel zat: Die zat rustig te wachten op de afhandeling van de zaak en ziet daar ineens, in de gang, iemand aankomen. Iemand, nou, nog net niet kruipend. Een geweldig bange gestalte die schichtig om zich heen keek. Nou, die broer had nog maar net „Ga maar weg.‟ gezegd, of „Voep!‟ weg was „ie al. Als dat dan verteld werd, dat snap je wel, ging dat gepaard met luide uitroepen, oh man, machtig mooi.”

Tot zover JW.

Veel later hoorde ik meer. Het zou ome Wim uit Bolsward zijn geweest die in Kampen een foute politie-officier helemaal verkeerd had gegroet. Dat schoot die man in het verkeerde keelgat en dus werd oom Wim afgevoerd naar de Botermarkt. Dat was tamelijk dom van hem omdat hij een paar joden thuis in de onderduik had zitten, dus iedereen begon hem te knijpen. Het liep gelukkig goed af en oom Wim kwam met een paar dagen cel en met de schrik vrij.

Overigens liepen de schattingen over het aantal joden sterk uiteen. Er was sprake van twee tot en met acht, tegelijkertijd of achtereenvolgens en dus bij elkaar. Oom Wim en zijn vrouw zijn in het boek Rechtvaardigen onder de Volkeren van Yad Vashem opgenomen. Daarin staan de mensen opgesomd die tijdens de Tweede Wereldoorlog joden hebben gered. Je komt er niet gemakkelijk in. Als je bijvoorbeeld kostgeld of een andere vergoeding vroeg voor de onderduik dan kom je er niet in. Ik zie het boek wel eens bij De Slegte liggen en kijk dan even.

Er is vast een Leurink die zit te popelen een Smit te verbeteren.

Ik wacht af.

Willem Smit (1942, actief geweest in het verzet)

5 Reacties

  1. Wim,
    Jouw vader was een echte verteller. Hij was niet de enige in de ‘femilie’, onder zijn zwoagers waren d’r ook die dat konden. En hoe.
    Het is jammer dat niemand er ooit toe gekomen is, ze op papier te zetten. Ik laat het wel uir mijn hersens zelfs maar een flauwe poging te doen ze te herhalen.
    Nooit vergeet ik het verhaal van jouw vader over de Tour de France. DIe had-ie gezien tijdens een korte vakantie in België. Hij vertelde het tijdens een van die beroemde verjaardagen. Iedere nieuwkomer die avond kreeg het verhaal, dat per keer gekker en doldwazer werd. Bij de laatste versie deed-ie zelf mee, kwam door weigerende remmen van een berg (ja ja) een dorp binnengereden en belandde met fiets en al in een draaimolen op de kermis.

    WIm van Gait en Rule

  2. Machtig mooi verhaal Wim, ik was het allang vergeten.
    Die schroom, de verhalen na te vertellen, ken ik ook. Moeilijk uit te leggen, het heeft denk ik te maken met liefde en bewondering voor de vertellers. Te groot, en dan weet je dat je zelf klein bent en er voorzichtig van af moet blijven.
    Je vader Gait was een prachtfiguur. Gek, dat je dat als kind, ik bedoel mezelf, meteen weet. Veel herinneringen aan hem heb ik niet, maar dat staat me duidelijk voor de geest. Hoe mijn moeder over je vader sprak weet ik nog heel goed. Nou ja, we hebben het er nog wel over.
    Willem Smit

  3. Ik heb een (nog vaag) plan. Ik wil wat gaan schrijven over de bezetting. Dat is een groot woord voor een joch (een snotneus werd een puber toen eigenlijk genoemd) die twaalf was toen de bezetter kwam en nauwelijks zeventien toen die weer vertrok.
    Het wordt, als het lukken wil, een verzameling fragmenten; de bezetting gezien door de ogen van een kind.
    Het zal nog wel even duren voor ik er voor mezelf klaarheid over heb hoe ik dhet zal aanpakken.
    Wim van G&R

  4. Beste Oom Wim,

    Als het u belieft wil ik u graag helpen met het op papier krijgen van uw herinneringen. (zoals ik ook die van pa tot boekvorm heb verwerkt).
    Ik ken u wel niet zo goed, maar we zijn toch familie. Bovendien ben ik enorm geinteresseerd in de 2e wereldoorlog.

    Ik wacht op uw antwoord.

    Groet,

    Jan Willem (zoon van Willem Smit)

  5. Wat ik me nog kan herinneren uit de oorlog over een Smitje is het volgende:
    We liepen een keer te wandelen over de vloeddijk en kwamen in de buurt van de Vloeddijk kazerne, het was in het laatste van de oorlog, toen we de schildwacht naderden heeft ome Louw zoontje Tiem opgestookt en gezegt: as we zo bej em in de buurte bin, muj op de grong spi-jen.
    Tiem die rochelde en spoog op de grond onder de vermelding ROTMOF.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: